Wijnsteenzuur


Fruit heeft van nature uit een samenstelling van verschillende zuren. Sommige vruchten zijn veel zuurder dan andere, denk maar aan het smaakverschil tussen een citroen en een banaan.

Van fruitsoort tot fruitsoort verschilt ook de verhouding van de verschillende zuren. Zo onderscheidt men als voornaamste zuren o.a. appelzuur, citroenzuur, oxaalzuur, wijnsteenzuur, ... .

Druiven bevatten een vrij hoog gehalte aan wijnsteenzuur.

 

Onder invloed van koude zal wijnsteenzuur zich deels omzetten naar kristallen (wijnkristallen). Dit kan gebeuren reeds bij de vergisting of nadien op fles. Dit natuurlijke proces zal sneller optreden indien de wijn plotse temperatuurverschillen ondergaat (van warm naar koud). 

Deze kristallen zien er in het begin uit als kleine zwevende deeltjes als je de fles wat rond draait, nadien klitten deze meer samen tot grotere kristallen (vergelijkbaar qua uitzicht met kristalsuiker) en blijven vaster op de bodem liggen.

 

In een poging om te vermijden dat deze wijnkristallen zich nog zouden ontwikkelen in de fles, wordt vaak een koude stabilisatie uitgevoerd. D.w.z. op een kunstmatige manier de wijn zeer laag koelen nog voor de botteling (koude stabilisatie).

Sowieso is het een normale en goede evolutie van de wijn als er zich wijnkristallen vormen.

 

Bij wijndomein de 3 Fonteinen verkiezen we voor een natuurlijke langzame evolutie van de wijn en voeren we geen kunstmatige koeling uit. 

 

Belangrijk:

Bij witte wijn zal je wijnkristallen sneller ontdekken omdat ze een hoger zuurgehalte hebben dan rode wijn.

Wijnkristallen op zich beïnvloeden de smaak van de wijn niet. Ze zijn volkomen ongevaarlijk en maken de wijn ook niet troebel.

Je kan ze aanzien als positief. Het wijst op een natuurlijke en goede ontwikkeling van de wijn.

Wil men deze kristallen niet in het glas hebben, dan dien je voorzichtig te serveren zodat ze op de bodem van de fles blijven liggen.